Publiek Gefinancierd onderzoek mag niet enkel toegankelijk zijn voor de happy few, verschenen in Datanews op 5 september 2018

Lees het volledige artikel

Link naar artikel: https://m.datanews.knack.be/ict/nieuws/publiek-gefinancierd-wetenschappelijk-onderzoek-mag-niet-enkel-toegankelijk-zijn-voor-de-lucky-few/article-opinion-1193685.html

11 EU-landen lanceren een initiatief om wetenschappelijke artikels van achter de betaalmuur te halen. “Dit is een echte kans voor wetenschappelijke instellingen om zich te onttrekken aan de commerciële logica van de grote uitgeverijen en om de beschikbare onderzoeksfondsen aan te wenden voor het goed van de hele maatschappij”, schrijft Gwen Franck, bestuurslid van Open Knowledge Belgium.

Op 4 september ging een kleine schokgolf door de wetenschappelijke wereld: 11 Europese onderzoeksfondsen, de Europese Commissie en de European Research Council kondigden Plan S aan: een ambitieus en verregaand plan waarin bepaald wordt dat álle onderzoek gefinancierd met publieke middelen onmiddellijk Open Access gemaakt moet worden. Dit moet gebeuren door het onderzoek te publiceren in een full open access journal of via een ‘open access platform’.

Dit open access mandaat verschilt van nagenoeg alle andere policies en mandaten op een aantal belangrijke vlakken: het is niet alleen veel radicaler bij het interpreteren van wat ‘open access’ is, het belooft ook een aardverschuiving af te dwingen wat betreft onderzoeksevaluatie en -budgetten. Plan S belooft ook om de voorwaarden actief af te dwingen en om de resultaten te monitoren – een zwakke plek van heel wat huidige mandaten.

Even een kleine opfrissing over wat ‘open access’ nu precies inhoudt. Er komt steeds meer protest komt tegen de traditionele manier van wetenschappelijk onderzoek publiceren. Daarbij wordt een artikel geschreven en gepeerreviewed door onderzoekers die worden betaald met publieke middelen. Vervolgens moet er ook nog eens abonnementsgeld worden betaald om datzelfde onderzoek te kunnen raadplegen. Dit systeem zorgt ervoor dat wetenschappelijk publiceren een echt goudhaantje is voor een klein aantal grote uitgevers, maar het creëert een groot probleem voor iedereen die toegang tot dit onderzoek wil verkrijgen. Onderzoekers maken daarom hun werk steeds meer beschikbaar in open access door ofwel te publiceren in een open access tijdschrift, al dan niet tegen betaling van een article processing charge (APC) en/of door hun artikel te archiveren in een repository en het via deze weg beschikbaar te maken.

In beide gevallen dien je als ‘lezer’ – of je nu een individu bent of een wetenschappelijke instelling – niet meer te betalen om toegang te krijgen tot het artikel. Gedurende de laatste vijf jaar zijn steeds meer onderzoeksfondsen (zoals de Europese Commissie in Horizon 2020, de Wellcome Trust in de UK of het FRS-FNRS in Wallonië) onderzoekers gaan verplichten om hun werk open access te maken – al kan de manier waarop, de precieze voorwaarden en de strengheid waarmee dit wordt gecontroleerd erg variëren.

Het Plan S-mandaat stelt voorop dat een aantal halfslachtige open access-maatregelen worden verlaten: het wordt niet meer toegelaten om te publiceren in zogenaamde ‘hybride’ open access tijdschriften (dit zijn tijdschriften waarbij slechts een aantal artikels open access worden gemaakt maar het gehele tijdschrift op abonnementsbasis blijft); de zogenaamde ’embargo’s’ – de periode waarin een artikel closed access moet blijven – worden afgeschaft en het wordt onmogelijk voor auteurs om hun auteursrechten af te staan aan de uitgever.

Aangezien er op dit moment nog weinig concrete details bekend zijn over hoe dit Plan S gaat worden geïmplementeerd, is het nog even koffiedik kijken over wat de concrete gevolgen gaan zijn, maar het is wel al mogelijk om een paar algemene opmerkingen te maken.

Een eerste aandachtspunt is uiteraard het financiële aspect. Plan S legt – misschien onterecht – nogal de nadruk op APC-based open access journals, en legt vast dat deze APCs moeten worden betaald door de onderzoeksfondsen en universiteiten zelf – mits aan een aantal strikte voorwaarden wordt voldaan (APC’s van 5000 euro zullen niet worden aanvaard, om maar een voorbeeld te geven).

Men mag echter niet uit het oog verliezen dat er bijzonder veel open access-tijdschriften zijn die geen APC’s vragen. Er wordt in het plan ook verwezen naar de eventuele oprichting van nieuwe platforms en journals indien binnen een bepaald vakgebied geen geschikte kwaliteitsvolle publicatieplatformen bestaan – maar net zoals bij APC-loze tijdschriften dienen deze nieuwe infrastructuren uiteraard ook gefinancierd te worden. Een van de basisprincipes bij Open Access is immers niet dat dit noodzakelijk kostenbesparend is, maar wel dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden aangewend om wetenschappelijk onderzoek zo breed mogelijk te verspreiden. Een shift waarbij de budgetten die momenteel voorzien zijn voor abonnementen (bij een gemiddelde universiteit loopt dit snel op tot een aantal miljoen euro per jaar, alleen al om toegang te verzekeren voor de eigen onderzoekers) worden aangewend om deze bestaande en nieuwe publicatieplatformen te ondersteunen zal dus noodzakelijk zijn. Plan S legt deze verantwoordelijkheid expliciet bij de fondsen en universiteiten.

Een, mogelijk nog controversiëler aspect, is het feit dat een groot aantal gevestigde tijdschriften niet geschikt wordt geacht binnen dit plan. Beperkt dit de academische vrijheid of gaat dit net, eindelijk, de langverwachte shift inluiden naar een modernere manier van onderzoeksevaluatie?

Gaan de uitgevers switchen naar full open access of gaan ze actief gaan lobbyen om dit plan tegen te houden en zo hun eigen financiële belangen veilig te stellen?

Zoals u weet, of misschien niet, is onderzoeksevaluatie momenteel nog heel erg gebaseerd op de zogenaamde Journal Impact Factor – een onderzoeksmaat die almaar meer gecontesteerd wordt omdat het niet transparant, door een commercieel bedrijf wordt beheerd, op tijdschriftniveau werkt en niet op artikelniveau en vooral elke andere vorm van onderzoeksoutput (dataset, software, rapporten, opinies, …) niet in aanmerking neemt.

Er bestaan intussen tal van zogenaamde ‘altmetrics’ die op een veel accuratere en eerlijkere manier de impact van onderzoeksoutput meten, maar deze zijn nog niet altijd doorgedrongen tot op het niveau van onderzoeksevaluatie. Zolang dit niet wordt aangepakt op internationaal, nationaal en institutioneel niveau gaat het erg moeilijk worden om onderzoekers te leiden naar alternatieve publicatieplatformen. Op dit moment is het ook nog niet duidelijk hoe de uitgevers van deze gevestigde tijdschriften gaan reageren. Gaan ze switchen naar full open access zodat ze voldoen aan het Plan-S-mandaat, of gaan ze actief gaan lobbyen om dit plan tegen te houden en zo hun eigen financiële belangen veilig te stellen? Het blijft nog even koffiedik kijken.

Omdat er voorlopig nog zo weinig details bekend zijn is het op dit moment nog erg moeilijk te voorspellen hoe de concrete uitvoering van Plan S gaat verlopen (2020 is al binnen 16 maanden!). Maar één ding is duidelijk, dit is – misschien wel voor de allereerste keer – een echte kans voor onderzoeksfondsen en wetenschappelijke instellingen om zich te onttrekken aan de commerciële logica van de grote uitgeverijen en om de beschikbare onderzoeksfondsen aan te wenden voor het goed van de hele maatschappij – niet alleen voor de lucky few die genoeg geld op tafel kunnen leggen om legaal toegang te krijgen tot publiek gefinancierd wetenschappelijk onderzoek.

Gwen Franck is actief als Open Science consultant voor diverse internationale organisaties en is een board member van Open Knowledge Belgium. Deze tekst is beschikbaar onder een CC BY 4.0 licentie. Deze tekst is geschreven als onafhankelijke en vertegenwoordigt geen officiële standpunten, noch van cOAlition S, noch van enige andere fondsen of wetenschappelijke instellingen.

Link naar artikel: https://m.datanews.knack.be/ict/nieuws/publiek-gefinancierd-wetenschappelijk-onderzoek-mag-niet-enkel-toegankelijk-zijn-voor-de-lucky-few/article-opinion-1193685.html

© Dino

Geef open access meer steun’ Opiniestuk in De Morgen verschenen op 14 augustus 2018

Link naar artikel:
https://www.demorgen.be/meningen/geef-open-access-meer-steun~b49ecee4e/

Lees het volledige artikel

Gwen Franck werkt voor internationale organisaties en projecten die de kennis en vaardigheden van onderzoekers rond open access, open science en open scholarship willen vergroten.

Belgische onderzoekers betalen tot 2.500 euro om hun wetenschappelijk onderzoek te laten publiceren in dubieuze tijdschriften? Dat is een spectaculaire vaststelling, (DM 11/8) maar de situatie is uiteraard iets genuanceerder. Je kan niet alle open access tijdschriften over dezelfde kam scheren. 

Even de context schetsen: de open access beweging kwam er als reactie op een onrechtvaardig publicatiesysteem. Wetenschappers doen onderzoek, schrijven artikelen en controleren vaak ook het werk van collega’s (peerreview) terwijl ze betaald worden met publieke middelen. Wetenschappelijke uitgeverijen vergoeden onderzoekers dus niet voor deze geleverde arbeid, want dit maakt immers deel uit van de, via publieke middelen gefinancierde (!), onderzoeksopdracht. Als je als individu of als instelling dan ook nog eens moet betalen om dat werk te kunnen lezen, casht de uitgever dus drie keer – een zeer interessant business model voor de aandeelhouders van beursgenoteerde uitgevers, maar niet voor de gemiddelde lezer. De filosofie achter open access is om dit om te keren: de toegang tot het artikel is voortaan kosteloos voor iedereen, en de publicatiekosten worden op andere manieren gedekt.

BUSINESSMODEL

Publiceren met open access wil natuurlijk niet zeggen dat er helemaal geen kosten aan het publicatieproces verbonden zijn. Een manier om deze kosten te dekken is het aanrekenen van een author fee bij publicatie. Idealiter is dit honorarium in verhouding met de geleverde diensten en is de uitgever transparant over zijn businessmodel. In principe heeft het feit of een tijdschrift al dan niet open access is geen invloed op de kwaliteit ervan. In enkele gevallen, en dit zowel bij obscure ‘rooftijdschriften’ (predatory journals) als bij sommige gevestigde titels, zijn deze publicatiekosten echter onverdedigbaar hoog. Deze tijdschriften kapitaliseren op de publicatiedruk die heel veel onderzoekers ervaren – waardoor men soms de kritische zin verliest en veel te veel betaalt om een artikel gepubliceerd te krijgen. 

Naast een publicatieproces van lage kwaliteit (bijvoorbeeld door ontbrekende peerreview), strookt het open access aanbod van deze uitgevers ook vaak niet met de standaarden in de open science community. Een open access artikel is immers niet alleen gratis toegankelijk voor de lezer vanaf het moment van publicatie, het wordt ook duurzaam gearchiveerd om eeuwige toegang te verzekeren en in principe behoudt de auteur zijn of haar auteursrechten. Bovendien biedt de uitgever transparantie over het peerreviewproces en over de manier waarop de betaalde author fee wordt aangewend.

Vanzelfsprekend kan de selectie van een geschikt tijdschrift niet alleen de verantwoordelijkheid zijn van de individuele onderzoeker. Opleiding en training rond open access en, breder, open scholarship (wetenschap) op institutioneel niveau (bijvoorbeeld in het kader van doctoral schools) zijn essentieel. Er is uiteraard ook een link met onderzoeksevaluatie: niet alleen moet de publicatiedruk worden aangepakt, ook de vrijwillige arbeid van tal van onderzoekers die zelf open access tijdschriften beheren moet worden gevalideerd. De overheid kan een rol spelen door op centraal niveau te investeren in infrastructuur en technische ondersteuning, zodat ook tijdschriften die niet werken met author fees wat ademruimte krijgen. 

I was interviewed by Vasso Kalaitzi from LIBER after our Train-the-Trainer bootcamp in The Hague, Netherlands (April 2019)

Bekijk het interview (EN)

Soundbite! Open Science Radio

Together with my colleague Helene Brinken, we were interviewed by Open Science Radio.

Beluister het interview (EN)

Leave a Reply